In de volksmond wordt er nog steeds veel over vermogensbelasting gesproken. Toch bestaat de vermogensbelasting al niet meer sinds het belastingstelsel in 2001 werd gewijzigd. Sindsdien betalen we over ons vermogen geen vermogensbelasting meer, maar inkomstenbelasting.

Vermogensbelasting vroeger

Vóór 2001 heette de belastingheffing dus vermogensbelasting. Hoe was het ook alweer? We betaalden 8 promille (dus 8 per 1.000) aan vermogensbelasting over de waarde van ons totale vermogen. Maar daarnaast betaalden we ook nog inkomstenbelasting over het rendement dat we maakten op ons vermogen. De werkelijke rente, het werkelijke dividend, de werkelijke huurinkomsten. Dat was best bewerkelijk destijds om allemaal op een rijtje te krijgen voor de belastingaangifte.

Vermogensbelasting én inkomstenbelasting

Vroeger betaalden we vermogensbelasting over de waarde van ons vermogen én inkomstenbelasting over het werkelijke rendement op dat vermogen.

Box 3: vermogensrendementsheffing nu

Sinds de invoering van de Wet IB 2001 wordt in het systeem van onze inkomstenbelasting gewerkt met boxen. Inkomsten uit vermogen vallen in box 3, formeel de box voor 'inkomsten uit sparen en beleggen'. In die box wordt dus niet het vermogen zelf belast, alleen de inkomsten uit dat vermogen.

Fictief rendement

Daarbij wordt dan gerekend met een fictief rendement, waardoor de hoogte van het vermogen wel degelijk de belasting bepaalt. De werkelijke inkomsten uit het vermogen zijn bij het berekenen van de belasting in box 3 niet van belang. 

Sinds 2017 wordt het fictieve rendement anders bepaald dan voorheen: via een schijvensysteem waardoor mensen met een groot vermogen een hoger rendement toebedeeld krijgen dan mensen met een kleiner vermogen.

Werkelijk rendement niet van belang

Met de vermogensrendementsheffing maakt het niet uit hoeveel rendement u werkelijk behaalt op uw spaargeld. U betaalt belasting over het fictieve rendement.

Oneerlijk systeem?

Het fictieve rendement wordt in tijden van een lage spaarrente door veel spaarders als oneerlijk beschouwd. Of de spaarrente nu 6% of 0,5% is, de belasting rekende tot en met 2016 alsof er 4% rendement behaald werd op het spaargeld. Sinds 2017 is het percentage dus afhankelijk van de omvang van het vermogen. Over dat percentage wordt 30% aan vermogensrendementsheffing in rekening gebracht.

Meer belasting dan rendement

Bij een fictief rendement van 3% betalen we dus 0,9% aan belasting over het vermogen. Bij een spaarrente van 1,0% blijft er dan nog maar 0,1% aan rendement over. Bij een spaarrente onder de 0,9% levert de spaarder over zijn spaargeld boven de vrijstelling dus geld in. De belastingheffing is hoger dan het rendement dat u dan ontvangt.

Zoektocht naar hoger netto rendement

Dan hebben we het nog niet gehad over de inflatie. Daarmee wordt het uiteindelijke netto rendement over uw spaargeld nog verder verlaagd. Het is dus niet gek dat spaarders zoeken naar de spaarrekening met de hoogste rente. Ook is het logisch dat ze nadenken over alternatieven voor een spaarrekening.

Meer over belasting bij sparen

VanSpaarbankVeranderen.nl maakt gebruik van Cookies.