Veilig sparen bij welke bank? (vervolg-3)

(24-6-2009) Een reactie die in lijn ligt met vervolg-2 kregen we van Sjaak Adriaanse. Hij gaat nog uitgebreider op e.e.a. in, en op alternatieven voor onze huidige geldeconomie.

De waarheid is nog schokkender dan dat een bank hetzelfde geld meerdere keren zou uitlenen. Een bank leent namelijk helemaal geen bestaande tegoeden uit. Als een bank een lening uitgeeft, wordt dat geld uit het niets gecreëerd door middel van een paar drukken op een computertoetsenbord en wordt de totale geldhoeveelheid op aarde met het geleende bedrag vergroot. Boekhoudkundig klopt dit, omdat de bank een schuldbekentenis van de lener krijgt aan de creditzijde van de balans. Het geschapen geld is een uitdrukking van de door deze transactie ontstane schuld *van* de bank *aan* de lener, die, zoals alle tegoeden, aan de debetzijde van de balans komt te staan. Met andere woorden, het op de schuldbekentenis ingevulde bedrag wordt bijgeschreven op de rekening van de lener. Maar het is wel nieuw geld. Als de lening later wordt terugbetaald, wordt het geld vernietigd (en verdwijnt ook de schuldbekentenis van de balans). De capaciteit van een bank om geld uit te lenen (en dus te scheppen) is wettelijk begrensd tot ongeveer 90% van de totale tegoeden van haar klanten. Maar als deze leningen gebruikt worden om iemand te betalen en zo terechtkomen op rekeningen bij dezelfde of een andere bank, telt dat nieuwe geld weer mee als een tegoed, zodat het banksysteem het recht krijgt om er nog eens 81% (90% van 90%) van de oorspronkelijke tegoeden bij te scheppen. En zo voort. Als je alle mogelijke nieuwe leningen in deze cascade bij elkaar optelt kom je op een totaal van negen keer het oorspronkelijke tegoed. Banken gebruiken geld op tegoeden natuurlijk wel degelijk voor beleggingen, bijvoorbeeld om aandelen, land en gebouwen aan te kopen, en daarom is een 'run on the bank' de doodsteek voor elke bank. Maar ze lenen het *niet* uit. Het scenario waar Hans Roovers bang voor is komt overigens niet uit: in de factor negen (bij hem zeven, maar sommigen schatten die factor nog veel hoger) is het cascade-effect al verwerkt.

Een en ander wordt goed beschreven in het boek Het geld van de toekomst van Bernard Lietaer.
De uitleg over geldschepping staat HIER. Ook een goede bron is de video Money as Debt.

Als iedereen, inclusief overheden, alle leningen zou kunnen terugbetalen, zou er geen geld meer zijn en kwam de economie, net zoals nu, tot stilstand. Meer geld in de wereld betekent gewoon meer schulden. En op al die schulden vragen de banken rente. Dat geld voor die rente bestaat helemaal niet, want al het geld is al schuld. Anders gezegd: de wereld heeft dorst, maar krijgt van de banken alleen zout water. Zolang er geld in omloop is, groeit de totale schuld van de wereld aan het banksysteem, want het geld voor te betalen rente is er niet bijgemaakt. De wereld heeft maar één uitweg: nog meer geld lenen om de rente op oude leningen te kunnen betalen. Als de banken er, zoals nu, even geen zin in hebben, gaat dat dus fout.

Nog een effect van de rente. Bedrijven berekenen de rentekosten van hun investeringen door in hun prijzen. De in een keten geaccumuleerde rentekosten worden door de consument betaald. De boodschappenprijzen voor consumenten hebben zó veel componentjes rente in zich dat ze voor dertig tot vijftig procent uit rente bestaan. Van de totale kosten van het op hypotheek een huis laten bouwen is zelfs minstens tachtig procent rente. Alleen de rijkste tien procent van de bevolking (in het Westen) incasseert zó veel rente op hun vermogen dat zelfs die enorme rentecomponent van hun eigen uitgaven gecompenseerd wordt. De onderste tachtig procent van de bevolking betaalt het gelag, de tien procent ertussenin speelt ongeveer quitte. Een voorbeeld: in het jaar 1982 ontving de rijkste tien procent van Duitsland ruim 34 miljard DM aan rente van de rest van de samenleving, met bijzondere dank aan de armste tien procent voor hun bijdrage van 1,2 miljard DM.

Het is inderdaad om dol van te worden. Wereldwijd wordt dan ook hard gewerkt aan alternatieve betaalmiddelen ofwel complementaire geldsystemen: handelssystemen waarin de rol van betalingsmiddel niet door gewoon geld wordt gespeeld. Complementair, dat wil zeggen niet ter vervanging van de bestaande geldeconomie, maar in aanvulling hierop. Het gaat doorgaans om het realiseren van economisch verkeer dat bij gebrek aan geld anders niet zou plaatsvinden, maar waar wel interesse voor is. Lees 'kredietcrisis'... Complementair geld begint met het besef dat het monopolie op het scheppen van betaalmiddel onzin is. Waarom zou je niet met een aantal partijen in het economisch verkeer af kunnen spreken om onderling iets anders dan geld als betaalmiddel te accepteren?

Ook in Nederland zijn interessante initiatieven gaande. Kijk bijvoorbeeld bij Gelre Handelsnetwerken en Qoin. Voor nog veel meer info over dit onderwerp zie:
complementaire-economie.startpagina.nl.

Sjaak Adriaanse
secretaris Stichting CENT (Complementaire Economie in het Nederlands Taalgebied)

Op de hoogte blijven?

Ontvang gratis nieuwsbrieven en rentemeldingen!

Bent u al abonnee?
Klik hier om in te loggen