Spaarbank-meter 3de kwartaal 2011

LET OP: Meest recente rapportcijfers staan HIER

Nederlandse spaarbanken gemiddeld: mager zes minnetje
Voor de tweede maal publiceert Van Spaarbank Veranderen rapportcijfers voor alle 33 banken die in Nederland spaarproducten aanbieden. Voor de eerste maal was dat in mei 2011. Voortaan zullen deze cijfers elk kwartaal gepubliceerd worden.

Belangrijkste conclusies (zie ook toelichting onder de tabel):

  • Het gemiddelde van alle spaarbanken is gestegen van 5,2 naar 5,8. Aardige vooruitgang: 21 van de 33 banken kregen een hoger cijfer. Maar voldoende is het nog steeds niet.
  • Vorige keer hadden 12 banken een voldoende, deze keer 15: minder dan de helft van alle banken. SNS Bank, Regio Bank en Reaal stegen van matig naar voldoende, Aegon van onvoldoende naar voldoende. Centraal Beheer zakte van voldoende naar matig.
  • Grootste stijgers zijn Aegon en ING, beide met bijna 3 punten.
  • Aegon stijgt van 4,4 naar 7,3, hoofdzakelijk veroorzaakt door flinke renteverhogingen op (bijna) alle spaarproducten.
  • ING stijgt van 1,3 naar 4,2. Nog steeds onvoldoende, maar toch een grote sprong voorwaarts. In de afgelopen maanden saneerde ING zijn spaarproducten drastisch; zo’n 2 miljoen spaarders kregen automatisch een andere spaarrekening met hogere rente (Comfortspaarrekening met 2%). Ook werden de rentes op overige spaarvormen enigszins verhoogd.
    Conclusie: ING is definitief afgestapt van het Dakpannen-systeem.
  • Helaas kan dat niet gezegd worden van ABN AMRO, Rabobank en Robeco, die nog steeds (oude) spaarrekeningen handhaven tot ver onder het marktconforme niveau van 2,25% (ondanks hier en daar doorgevoerde rentestijgingen).
  • Absolute hekkensluiters bij spaarrekeningen zonder voorwaarden zijn AT Bank, Friesland Bank en Alex die spaarrekeningen presenteren met rentes tussen 1,25 en 1,5%. Meer hierover op www.laagstespaarrentes.nl.

Rapportcijfers van 33 Nederlandse spaarbanken

* Argenta en Bank of Scotland vallen niet onder het Nederlandse, maar onder een ander Eupopees, vergelijkbaar garantiestelsel.

Toelichting op de samenstelling van bovenstaande tabel

De drie criteria waarop beoordeeld wordt zijn:

  • Positie in de Rente-meter, waarin van elke Nederlandse spaarbank de spaarrekening (zonder voorwaarden) met de hoogste rente staat. Hoe hoger in de Rente-meter, hoe hoger het rapportcijfer.
  • Positie in de Deposito-meter die deposito’s (met looptijden van 1 maand tot 20 jaar) van alle Nederlandse spaarbanken vergelijkt. Gekozen is hier om deposito’s met looptijd van 1 jaar te vergelijken, een goede indicator voor alle populaire looptijden (3 maanden t/m 5 jaar). Enkele banken hebben geen deposito van 1 jaar.
  • Het derde criterium is MC-rente, waarin - per bank - de verhouding tussen spaarrekeningen met MarktConforme rente (2,25% en hoger) vergeleken is met het aantal spaarrekeningen met rentes onder 2,25%. Hiervoor is de pagina (en subpagina’s) Alle banken gebruikt.
    MC-rente = aantal spaarrekeningen met 2,25% en hoger - gedeeld door - alle spaarrekeningen - maal - 10. Als deze formule uitkwam op nul, is daarvan een 1 gemaakt. Rapportcijfers lopen immers altijd van 1 t/m 10.
    Met name banken die nog veel oude spaarrekeningen (uit het Dakpannensysteem-tijdperk) handhaven, krijgen daardoor een laag rapportcijfer. Banken die juist veel rekeningen hebben met marktconforme rentes een hoog cijfer. ASN en ING verlieten het Dakpannensysteem en verhoogden rentes van oude rekeningen. Rabobank, ABN AMRO en Robeco deden dat tot nu toe niet, ondanks beloften, beleidsvoornemens en afspraken daarover met toezichthoudende instanties.
  • Het rapportcijfer Spaarrente-beleid is het gemiddelde van de bovenstaande 3 criteria. Indien geen deposito van 1 jaar werd aangeboden (zoals in dit overzicht o.a. door Rabobank, WestlandUtrecht en MoneYou) is niet gescoord en is door 2 gedeeld in plaats van door 3.
  • De kleuren van de vakken betekenen:
    rood = slecht/onvoldoende
    oranje = twijfelachtig/matig
    groen: voldoende/goed.
  • In de laatste kolom is met gekleurde pijltjes weergeven hoe het rapportcijfer veranderd is ten opzichte van de vorige keer dat rapportcijfers werden uitgedeeld.

Eerste opzet van Rapportcijfer Spaarrente-beleid
Bovenstaande is de - naar ons weten - eerste poging (en nu dan de tweede versie) om het spaarrente-beleid van spaarbanken in criteria te vangen en samen te vatten in één rapportcijfer. We zijn ons ervan bewust dat e.e.a. voor verbetering vatbaar is.

  • Ook spaarrekeningen met voorwaarden zouden kunnen worden vergeleken (zoals in de Toprente-meter), maar momenteel is het aanbod daarvan zo divers dat het niet gelukt is hiervoor een criterium te ontwikkelen. Aegon Bank en Rabobank bieden bijvoorbeeld beiden vrij hoge rentes van 2,6%, maar de minimum inleg daarvoor is (u leest het goed) € 250.000, twee-en-half keer het maximumbedrag voor het Depositogarantiestelsel! SNS en Reaal bieden dezelfde rente met een minimum inleg van € 10.000.
  • Gezocht wordt ook naar een maat voor innovatie op de spaarmarkt. Enkele banken hebben op dit gebied opmerkelijke dingen gedaan. We beperken ons hier tot de in dit rapport vergeleken banken. Aegon introduceerde de Eigen stijl Spaarrekening, waarin allerlei spaarvormen onder één rekeningnummer ingevoerd kunnen worden. ASN Bank introduceerde een betaalrekening met 1% rente over het gehele saldo. Friesland Bank lanceerde recent een betaalrekening met oplopende rente. Hoe hoger het saldo, hoe hoger de rente. Ook introduceerden SNS Bank een betaalrekening met rente en Friesland Bank nieuwe klimspaardeposito’s. Kortom: het is nog niet gelukt een goede indicator te vinden voor innovatie.
  • We hopen in de toekomst de methodiek te verfijnen, maar zijn er tegelijkertijd van overtuigd dat de nu geboden rapportcijfers al een redelijk goed beeld geven van de rangorde op de Nederlandse spaarmarkt als het gaat om spaarrente-beleid.

Op de hoogte blijven?

Ontvang gratis nieuwsbrieven en rentemeldingen!

Bent u al abonnee?
Klik hier om in te loggen