Spaarbank-meter 26-10-2011

LET OP! dit is een verouderde versie van de Spaarbank-meter.
Nieuwste versie staat altijd op spaarbank-meter.nl.

Voor de derde maal vindt u hier rapportcijfers voor alle 33 Nederlandse banken die spaarproducten aanbieden. Vorige publicaties vonden plaats in mei 2011 en juli 2011. Elk kwartaal worden deze rapportcijfers gepubliceerd.

Belangrijkste conclusies
(zie ook toelichting onder de tabel):

  • Verschillen tussen de drie grote en kleinere banken nemen flink toe. Dit is duidelijk af te lezen uit de rechter kolom in onderstaande tabel. Banken met hogere rapportcijfers stijgen (groene pijl), banken met lagere rapportcijfers dalen (rode pijl).
    Vooral de grote banken lijken niet tot nauwelijks op zoek naar spaarders, de kleinere banken juist steeds meer.
  • Van de drie grootbanken dalen ABN AMRO en Rabobank flink. Alleen ING stijgt (van 4,2 naar 5,6), maar dit cijfer is enigszins geflatteerd omdat ING alleen het 1-jaars deposito (tijdelijk?) heeft verhoogd.
    Conclusie: voor het overgrote deel hebben de grootbanken hun spaarrentes nauwelijks of niet aangepast aan de marktontwikkelingen.
  • Grootste stijger is AT Bank van rapportcijfer 3,0 naar 8,3. Andere flinke stijgers zijn Ohra en Delta Lloyd. Dit is veroorzaakt door flinke verhogingen van spaarrekeningen zonder voorwaarden.
  • Na een (bijna) afwezigheid uit de top-rentelijsten van banken met een buitenlandse achtergrond, beginnen die nu weer terug te keren: AT Bank, Anadolubank, DHB Bank en The Economy Bank.
  • 17 banken, iets meer dan de helft van alle banken,scoren voldoende. AT Bank, DHB Bank en Centraal Beheer stegen naar een voldoende, Reaal zakte van voldoende naar matig.
  • Het gemiddelde van alle spaarbanken is gestegen van 5,8 naar 5,9. Na de flinke sprong vooruit in het vorige kwartaal, nu een klein stapje.
    Rapportcijfers van 33 Nederlandse spaarbanken, 4de kwartaal 2011

* Argenta en Bank of Scotland vallen resp. onder (met het Nederlandse vergelijkbare) Belgische en Britse garantiestelsel.

Toelichting op de samenstelling van bovenstaande tabel

De drie criteria waarop beoordeeld wordt zijn:

  • Positie in de Rente-meter, waarin van elke Nederlandse spaarbank de spaarrekening (zonder voorwaarden) met de hoogste rente staat. Hoe hoger in de Rente-meter, hoe hoger het rapportcijfer.
  • Positie in de Deposito-meter die deposito’s (met looptijden van 1 maand tot 20 jaar) van alle Nederlandse spaarbanken vergelijkt. Ervoor gekozen is om deposito’s met looptijd van 1 jaar te vergelijken, een goede indicator voor alle populaire looptijden (3 maanden t/m 5 jaar).
    Slechts enkele banken hebben geen deposito van 1 jaar.
  • Het derde criterium is MC-rente, waarin - per bank - de verhouding tussen spaarrekeningen met MarktConforme rente (2,50% en hoger) vergeleken is met het aantal spaarrekeningen met rentes onder 2,50%. Hiervoor is de pagina (en subpagina’s) Alle banken gebruikt.
    MC-rente = aantal spaarrekeningen met 2,50% en hoger - gedeeld door - alle spaarrekeningen - maal - 10. Als deze formule uitkwam op nul, is daarvan een 1 gemaakt. Rapportcijfers lopen immers altijd van 1 t/m 10.
    Met name banken die nog veel oude spaarrekeningen (uit het Dakpannensysteem-tijdperk) handhaven, krijgen daardoor een laag rapportcijfer. Banken die juist veel rekeningen hebben met marktconforme rentes een hoog cijfer.
  • Het rapportcijfer Spaarrente-beleid is het gemiddelde van de bovenstaande 3 criteria. Indien geen deposito van 1 jaar werd aangeboden (zoals in dit overzicht o.a. door Bank of Scotland, Centraal Beheer, MoneYou en WestlandUtrecht) is niet gescoord en is door 2 gedeeld in plaats van door 3.
  • De kleuren van de vakken betekenen:
    rood = slecht/onvoldoende
    oranje = twijfelachtig/matig
    groen = voldoende/goed.
  • In de laatste kolom is met gekleurde pijltjes weergeven hoe het rapportcijfer veranderd is ten opzichte van de vorige keer dat rapportcijfers werden uitgedeeld.

Eerste opzet van Rapportcijfer Spaarrente-beleid
Bovenstaande is de - naar ons weten - eerste poging (en nu dan de derde versie) om het spaarrente-beleid van spaarbanken in criteria te vangen en samen te vatten in één rapportcijfer. We zijn ons ervan bewust dat e.e.a. voor verbetering vatbaar is.

  • Ook spaarrekeningen mét voorwaarden zouden kunnen worden vergeleken (zoals in de Toprente-meter), maar momenteel is het aanbod daarvan zo divers dat het niet gelukt is hiervoor een criterium te ontwikkelen.
  • Gezocht wordt ook naar een maat voor innovatie op de spaarmarkt. Enkele banken hebben op dit gebied opmerkelijke dingen gedaan.
  • We hopen in de toekomst de methodiek te verfijnen, maar zijn er tegelijkertijd van overtuigd dat de nu geboden rapportcijfers al een redelijk goed beeld geven van de rangorde op de Nederlandse spaarmarkt als het gaat om spaarrente-beleid.

Op de hoogte blijven?

Ontvang gratis nieuwsbrieven en rentemeldingen!

Bent u al abonnee?
Klik hier om in te loggen