Nieuwsbrief Sparenpagina’s 3 juli 2015: Gemakzucht, gegijzelde hypotheken en spaarbelasting

Gemakzucht en gegijzelde hypotheken
In de vorige nieuwsbrief vroegen we ons al af wanneer de spaarrente de hypotheekrente nu eindelijk zou gaan volgen met verhogingen. Inmiddels zijn we twee maanden verder en is dat nog steeds niet gebeurd. Er is geen sprake van een stijgende spaarrente. In tegendeel: er komen nog steeds verlagingen door.

Voor de internetspaarrekeningen is dat nog steeds goed te verklaren met de onveranderd lage Euribor. Voor deposito's is het anders. Daarvan zou het logischer zijn dat de rente meestijgt met de stijgende kapitaalmarktrente. Die zorgt immers óók voor hogere hypotheekrentes. Toch gaan ook de depositorentes bij de meeste banken nog steeds alleen maar omlaag.

Met stijgende hypotheekrentes en dalende spaarrentes is het interessant om te zien wat er met de marges van de banken gebeurt. Hoe is het met het verschil tussen de rente die ze vragen voor hypotheken en die ze geven op deposito's met dezelfde looptijd? Zoals te verwachten groeien die marges alleen maar, vooral in extreme mate bij de grootbanken. We vergelijken de depositorente met de hypotheekrente met NHG, zodat het verschil niet kan zitten in het eventueel meer risico nemen in de acceptatie van hypotheken bij de grootbanken.

Een voorbeeld: een rente van 5 jaar vast levert Argenta een rentemarge op van 0,15%, maar bij ING is het verschil tussen de NHG-hypotheekrente en het 5-jaars deposito bij de duurste hypotheek maar liefst 2,0% en bij ABN Amro zelfs 2,15%. Rabobank is iets milder maar sleept nog steeds een marge van 1,7% binnen. De andere renteperiodes vertonen een soortgelijk beeld. Bij de 1-jaarsrente loopt de marge bij ING zelfs op tot 2,19% en bij ABN Amro tot 2,3%. Rabobank houdt ook hier die 1,7% marge.

En wij laten het gebeuren. Aan de spaarkant veelal uit gemakzucht, omdat het wel handig is om spaargeld bij de eigen betaalbank te hebben. Plus dat het absolute verschil zo klein is dat een overstap relatief weinig oplevert. Het principe van het extreme relatieve verschil lijkt niet veel spaarders te raken.

Aan de hypotheekkant is het echter vaak geen vrijwillige keuze om de hoge rentemarge te accepteren. Veel mensen zitten min of meer gegijzeld met hun hypotheek. Overstappen naar een andere bank behoort niet tot de mogelijkheden door een te laag inkomen of een huis dat onder water staat.

Opvallend is dat ook Triodos Bank zich in de hoogste regionen van de rentemarges begeeft. Bij 5 jaar met NHG staat die op 1,8%, bij 1 jaar vast op 2,0% en bij 10 jaar vast op 1,4%. Toch zijn we eerder geneigd dit zo'n duurzame bank te vergeven.

Alternatief voor spaarbelasting
Half Nederland vraagt er al een tijd om: een verandering van de manier waarop de fiscus belasting heft over ons spaargeld. De berekening van de vermogensrendementsheffing in box 3 is velen een doorn in het oog. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat we allemaal 4% rendement maken op ons geld. Dat rendement wordt vervolgens met 30% belast, waardoor we boven de vrijstelling 1,2% belasting betalen over ons vermogen.

Voor bijzonder veel mensen betekent dit dat ze nu over hun spaargeld meer belasting betalen dan ze aan rente ontvangen. De spaarrente is bij de grootbanken immers al onder de 1% gedoken. Ook op beter renderende spaarrekeningen komt de rente inmiddels gevaarlijk dicht bij die 1,2%.

De roep om een alternatief voor de huidige vermogensrendementsheffing wordt dan ook steeds sterker. Afgelopen weken heeft het kabinet geprobeerd voldoende steun te vinden voor het Belastingplan 2016. Daarin was een gewijzigde berekening voor de belasting in box 3 opgenomen. Er wordt dus wel degelijk gewerkt aan de zo gewenste belastingherziening. De steun was er niet, dus vooralsnog verandert er niets. Toch is de oplossing van Rutte II interessant om te bekijken.

In het plan wordt nog steeds gewerkt met een verondersteld standaardrendement, niet met het werkelijke rendement dat u maakt op uw vermogen. Dat laatste zou een stap terug zijn naar de aloude vermogensbelasting, waar we de ontvangen inkomsten uit vermogen exact moesten opgeven. In dit voorstel zouden er verschillende beleggingscategorieën komen met elk een eigen verondersteld rendement. Voor vermogen in aandelen een andere belasting dus dan voor spaargeld.

Goed idee? Op zich klinkt het volkomen logisch. Effecten geven een ander rendement en mogen dus anders belast worden. Toch zit er een flink aantal haken en ogen aan, waardoor de vraag is of het een werkbaar systeem zou zijn.

  • Zo is niet ieder vermogenselement even gemakkelijk onder te brengen in een categorie. Waar hoort een spaardeposito? In de categorie sparen of toch bij de obligaties?
  • Een andere vraag is welk rendement als uitgangspunt wordt genomen. Er is zoveel variatie in beleggingen met elk een heel eigen profiel qua risico en rendement... hoe moet dat gegeneraliseerd worden?
  • Tot slot is het ook vragen om het uithalen van trucjes rondom de jaarwisseling. Aandelen die eind december verkocht worden om het geld tot 2 januari op een spaarrekening te zetten. Zolang het belastingvoordeel de handelskosten goedmaakt zullen beleggers zich hierin niet laten tegenhouden.

Het is afwachten of dit voorstel nog terugkomt op de politieke agenda. Wij denken dat het beter is om met een ander alternatief te komen. Bijvoorbeeld een standaard fictief rendement dat afhankelijk is van een objectief meetbare maatstaf zoals staatsobligaties.

Anneke Ranzato, Hanneke van Veen en Rob van Eeden

Op de hoogte blijven?

Ontvang gratis nieuwsbrieven en rentemeldingen!

Bent u al abonnee?
Klik hier om in te loggen